Hitte zindert wandel.
loslaten, zout water
deinend en zongevlijd
kennen we tijd niet, nu
lost op in schelp en blaker
weet niet terug te ontvangen
leugen verheugde
in vermoeide waarheid, belangen
tot het masker gezien, gevallen
geen malversatie meer, alleen heden
vrijgeraakt. opgeruimd de woorden
vloeien weg als web met getij
de gestalte rijst op uit 't zilt
een mooie man is het, jazeker
licht in zijn ogen als hij groet
half draaien haren dromend
glimlach bewaard op schouderblad
dankbaar dat ik hier niets mee moet
droom aan hem te hangen als vlinder
vertellen, vragen mij thuis te brengen
vergeten tot weten dat ik thuis ben
gedragen door feniks, zongestreelde schelpmagie
wil ik nu hier alleen, alleen, het al van relatie.