Ik verzin niets groots.
Geen kastelen, geen licht.
Alleen een plek
waar jij niet vertrekt.
Waar de deur niet zacht dichtvalt
maar open blijft uit gewoonte.
Waar afwezigheid geen geluid maakt.
Ik bouw die ruimte uit gemis,
laag over laag,
tot het niet meer snijdt
maar draagt.
Daar hoef ik niets te verklaren.
Geen sterke schouders,
geen “het gaat wel”.
Daar mag alles blijven liggen
zoals het viel.
Jij zit er zonder woorden.
Ik zonder vragen.
De tijd zonder haast.
En de werkelijkheid?
Die wacht buiten...
Zoals altijd !