Dierenmanieren
Ik vis niet graag achter het net,
ook al is het aapjes kijken gedaan.
Geef mijn portie maar aan Fikkie,
ik zal de beren op de weg verslaan.
Terwijl ik het varkentje was,
zing ik niet altijd zoals ik gebekt ben.
Want ik ben lang niet voor de poes,
en soms zul je de hond in de pot vinden.
Komt echter de aap wel uit de mouw,
zal de haan victorie kraaien.
Want wanneer de kat van huis is,
zullen de muizen op tafel dansen.
Ik brul als een tijger,
ga met de kippen op stok,
ik vat de koe bij de hoorns,
en schiet soms een grijze bok.
Ik kijk de kat uit de boom,
en span het paard achter de wagen,
en zal misschien het haasje zijn,
en zal de kat in de gordijnen jagen.
Ik spaar de kool en de geit,
zet iemand graag voor aap,
schiet ook onder iemands duiven,
heb het koud als een pas geschoren schaap.