Een kleine stroom begint heel zacht,
vol pure moed en in helder licht.
Het zoekt de weg die op hem wacht,
met open blik en vrij gezicht.
Dit vroege water, fris en puur,
is als vertrouwen in de mens;
het stroomt geduldig uur na uur,
voorbij de waan en elke grens.
Dan soms raakt het plots een dal
waar kolkend water wild omhoogschiet.
Daar waar liefde de mooiste tijd brengt,
maar ook stormen die je meezuigt kent.
Soms botst de stroom hard op een steen,
het water breekt, de richting faalt.
Dat is bedrog, je bent alleen,
de diepe wond die zomaar schraalt.
Want in de bochten schuilt gevaar,
een scherpe rots, een donker gat.
Het leven is niet altijd klaar,
soms raak je kwijt wat je bezat.
Het water vecht en zoekt een spoor,
door modder heen en diepe kou.
Maar steevast stroomt de rivier door,
omdat hij op zijn eigen kracht vertrouwt.
En na de storm, een harde slag,
wordt de rivier weer kalm en zacht.
Een warme, gouden zonnestralende dag,
die glinsterend op het water wacht.
De rivier stroomt weer vrij,
zo wonderbaar.
De reis was zwaar,
maar iets prachtigs is ontstaan,
dat klinkt poëtisch ,
maar o zo waar.