Mijn kapper, hij kapte, terwijl hij mijn hoofd,
slechts deels van te lange beharing beroofd,
liet lijken op... niets. Een debakel!
Ik loop zwaar voor schut, dus ik schakel
mijn nichtje maar in, dat zelf stellig gelooft
ooit een roemrijke kap-ster te worden.
(Ze is nu pas drie.) Het kind knorde
(alsof ze zo'n mormel een kool had gestoofd)
bij iedere pop die ze kaalschoor van pret.
Straks ben ik weer modieus toonbaar. Ik wed
dat ze gretig aan't dunnen zal gaan. Dat belooft!