Ik kijk naar buiten de wolken dansen,
de wind zingt een rustgevend lied.
Deze dingen zijn er dagelijks,
ik ben degene die er niet meer van geniet.
Hoe mooi kan een wolk zijn,
veranderd in een roos.
Hoe mooi kunnen de bladeren spelen,
opwaaiend door een kleine windhoos.
Een kleine greep uit mooie dingen,
waar ik innig van kon genieten.
Nu staar ik alleen nog naar de grond,
kijkend naar wat grassprieten
De wereld lijkt aan me voorbij te trekken,
de grip op alles ben ik kwijt.
Ik heb mezelf voor de wereld afgesloten,
niets meer wat me nog bereikt.
Want als ik me hart weer openstel,
en me gevoelens weer laat leven.
Ben ik zoweer gevuld met verdriet en pijn,
dat alles weer doet herleven