Dat kleine joch
zijn ongetemperd overmoed
bezorgt me een lach
als blikken kruisen, gebalde vuisten
kom en meet je kracht
de schaterlach “ik kan je aan”
een sprong in 't ongewisse
al raak ik met mijn kussen niets
ik kan hem echt niet missen
dat kleine joch dat deel van mij
uit zijn dal geklommen
bezwijkend onder kussensslagen
geef ik me gewonnen
ginnegappend komt de vraag:
“hey ouwe ben je moe??
dat kleine joch heeft me geraakt
hij weet niet half hoe