Elke avond voor het slapen
Zit je naast me, op het grote bed
Je kijkt me aan en vraagt me
Of ik zo wel slapen kan
Ik kijk recht in je bijzondere ogen
Waarover ik zelfs al dromen kan
Ik knik, sluit even mijn ogen
En plots ben je weg
Een nachtzoen, maar geen ‘welterusten’
Maar ik weet dat ik over je dromen zal
Want jij, lief en uniek wezen
Bent weer een fantastisch fantasie geval.